Nieuws
Banken Legal Wwft & Sanctiewetgeving

De Wwft in de rechtspraak

De Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorismefinanciering (Wwft) legt aan banken en andere financiële ondernemingen de nodige verplichtingen op. Ondernemingen komen deze verplichtingen niet altijd naar behoren na. Het bekendste voorbeeld is de affaire rondom ING van vorig jaar. Deze resulteerde in de hoogste schikking die het OM ooit in Nederland heeft getroffen. ING mocht een bedrag van € 775 miljoen aftikken.

(Vermeende) schendingen van de Wwft worden echter lang niet altijd met een schikking afgedaan. Wwft-zaken komen dan ook regelmatig bij de rechter terecht. C&D Legal bespreekt twee van zulke zaken.

Vergoeding van schade via de Wwft

De eerste zaakbetreft een oordeel van de Rechtbank Amsterdam. De eiser in deze zaak had geld overgeboekt naar een rekening die bij ING werd aangehouden, maar de rekeninghouder bleek van kwade wil. De overgeboekte gelden werden doorgesluisd naar Turkije en eiser zag hier niets meer van terug. Eiser stelde ING aansprakelijk voor deze schade, omdat zij van mening was dat ING zich niet aan haar Wwft- verplichtingen zou hebben gehouden. Volgens eiser had ING de bankrekening niet mogen openen, en had ING eiser moeten waarschuwen toen zij geld naar de rekening overboekte.

Wat vond de rechter? Ten eerste meende de rechtbank dat ING haar Wwft-verplichtingen gewoon netjes was nagekomen. Maar los daarvan stelde de rechtbank ook dat – zelfs al zou ING de Wwft hebben geschonden – dit geen grond zou kunnen vormen voor de toewijzing van schadevergoeding aan eiser. Het doel van de Wwft is immers het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering, maar niet het beschermen van andere partijen tegen het lijden van schade door oplichting.

Overigens kan het wel zo zijn dat de zorgplichtvan een bank met zich meebrengt dat de bank actie moet ondernemen ten behoeve van derden indien zij weet dat op een rekening ongebruikelijke transacties worden verricht die mogelijk een gevaar voor die derde kunnen meebrengen. In dit geval was er van zulke wetenschap bij ING echter geen sprake (zie voor een zaak waarbij hiervan wel sprake was: ING/Foot Locker, ECLI:NL:GHAMS:2019:1611).

Het sluiten van een bankrekening via de Wwft

In de bovenstaande zaak werd de bank aangeklaagd omdat zij te soepel zou zijn geweest. Soms is het echter andersom: een bank mag dan voor de rechter verschijnen omdat zij de Wwft te strikt zou hebben toegepast. Een voorbeeld is het geschil tussen Van Lanschot en JEM Horeca. JEM Horeca exploiteerde een coffeeshop en hield hiertoe een betaalrekening aan bij Van Lanschot. Op deze rekening stort JEM Horeca maandelijks zo’n € 50.000 tot € 70.000 (verkregen uit contante omzet), steeds in biljetten van € 50.

Van Lanschot vindt deze transacties verdacht, en vreest dat zij (door de stortingen te accepteren de rekening ter beschikking te stellen) mogelijk strafbare handelingen faciliteert, zoals witwassen. Dit risico wil Van Lanschot niet lopen, en zij besluit daarom geen stortingen meer te accepteren en de bankrelatie te beëindigen.

JEM Horeca spande hierop een zaak aan, die uiteindelijk terechtkwam bij het Gerechtshof ’s Hertogenbosch. Het Hof stelde dat de overeenkomst in beginsel zou mogen worden opgezegd indien daar in de concrete omstandigheden voldoende (zwaarwegende) grond voor zou bestaan. Hierbij moest aan de ene kant het belang van JEM Horeca in acht worden genomen. Zonder bankrekening zou het voor JEM Horeca erg lastig (zo niet onmogelijk) worden om haar activiteiten voort te kunnen zetten. Aan de andere kant moest ook gewicht worden toegekend aan het belang van Van Lanschot. Het is voor banken immers van groot belang dat zij zich kunnen distantiëren van malafide praktijken zoals witwassen en kunnen voldoen aan de eisen uit de Wwft. De bank wil immers geen compliance-risico’s lopen.

In dit geval viel de belangenafweging in het voordeel van JEM Horeca uit. Volgens het Hof waren er onvoldoende concrete aanwijzingen die erop zouden duiden dat de gelden die JEM Horeca stortte niet afkomstig waren uit de verkoop van softdrugs. Het in stand houden van de bankrelatie zou voor Van Lanschot dan ook niet leiden tot onaanvaardbare en onacceptabele risico’s. Het belang dat JEM Horeca had bij het aanhouden van de rekening was daarentegen groot, omdat het volgens het Hof niet waarschijnlijk was dat JEM Horeca als coffeeshop-exploitant makkelijk elders een rekening zou kunnen openen. Conclusie: Van Lanschot moest de bankrelatie met JEM Horeca voortzetten en de betaalrekening blijven verschaffen.

Meer weten?

Banken en financiële ondernemingen bevinden zich bij het toepassen van de Wwft soms in een lastig parket. Aan de ene kant moeten zij daadkrachtig te werk gaan om witwassen en terrorismefinanciering te bestrijden en eventuele schade bij derden te beperken. Anderzijds mogen de belangen van verdachte klanten niet worden verwaarloosd.

Wilt u meer weten over hoe de rechter omgaat met de verplichtingen die voortvloeien uit de Wwft? Of wilt u advies over hoe u het beste invulling kunt geven aan uw Wwft-verplichtingen? Neemt u dan contact op met C&D Legal.

Wwft-zaken komen regelmatig bij de rechter terecht. C&D Legal bespreekt twee van zulke zaken.