0:00
zonnepanelen
Artikel

Wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid: een overzicht

10 min leestijd

“Supersaaie wet kan financiële wereld op zijn kop zetten”, kopte de NOS op donderdag 18 juni. De NOS publiceerde het artikel naar aanleiding van het instemmen van het Europees Parlement met de Taxonomieverordening.

De Taxonomieverordening waaraan de NOS refereert, is inderdaad een omvangrijke (en naar onze mening allesbehalve saaie) wet, die een grote impact zal hebben op de financiële sector. Maar was er niet nog een Verordening die eisen stelde aan de verschaffing van duurzaamheidsinformatie? En eentje die CO2-benchmarks introduceerde? En lagen er niet ook nog wetsvoorstellen tot wijziging van gedelegeerde regelgeving bij MiFID II, AIFMD, UCITS en de IDD op de plank?

Er is dus niet één ‘supersaaie wet’ die de financiële wereld op zijn kop gaat zetten. Integendeel, we hebben het over een hele reeks aan wetten. Veel van deze wetten komen voort uit het EU Actieplan Duurzame Financiering.

Doordat er op dit moment verschillende wetgevingstrajecten op het gebied van ESG naast elkaar lopen, is het soms lastig om overzicht te behouden. In dit artikel zet Charco & Dique de belangrijkste ontwikkelingen daarom op een rij. Dan kunt u zelf bepalen hoe ‘saai’ al die ESG-wetgeving nu echt is.

De belangrijkste wetgevingstrajecten

Voordat we inhoudelijk ingaan op de wetgevingsinitiatieven op het gebied van ESG, is het van belang om te benadrukken dat veel van de regels ook relevant voor u zijn als u zich niet specifiek bezighoudt met duurzaamheid.

 

De Verordening inzake informatieverschaffing (SFDR)

Als eerste staat de Verordening inzake informatieverschaffing ook wel bekend als de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) op stapel. Op grond van de SFDR moeten financiële marktpartijen – zoals vermogensbeheerders, beleggingsadviseurs, pensioenfondsen en fondsbeheerders – op entiteitsniveau duurzaamheidsinformatie openbaar gaan maken. U moet bijvoorbeeld gaan vertellen of u duurzaamheidsrisico’s integreert in uw beleggingsprocessen, en of u negatieve duurzaamheidseffecten (“ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren”) meeweegt bij het maken van beleggingsbeslissingen. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. De Verordening vraagt namelijk om zeer gedetailleerde en uitgebreide informatie. Zo moet u – als u negatieve duurzaamheidseffecten meeweegt – voor ten minste 34 indicatoren de negatieve duurzaamheidsimpact aangeven.

De informatieverplichtingen gelden voor financiële marktpartijen, ongeacht of u zich specifiek bezighoudt met duurzaamheid.

Daarnaast bevat de SFDR transparantievereisten op productniveau. En let op: als u een duurzaam financieel product aanbiedt of daarover adviseert, gelden er zelfs additionele eisen. U moet in dat geval bijvoorbeeld aangeven hoe u de duurzaamheidsresultaten van het product meet en monitort. Hoe streng de additionele regels zijn, hangt af van het ambitieniveau van het product, zoals dat tot uiting komt in de formulering van de duurzame kenmerken of duurzame beleggingsdoelstelling. De verordening maakt een onderscheid tussen financiële producten met duurzame kenmerken enerzijds, en financiële producten die duurzame beleggingen tot doel hebben anderzijds. Biedt u een financieel product met duurzame kenmerken aan (“een product dat ecologische en/of sociale kenmerken promoot”), dan geldt er een lichter regime dan bij een product dat “duurzame beleggingen tot doelstelling heeft”.

De SFDR treedt voor het grootste deel in werking op 10 maart 2021. Sommige bepalingen zijn pas later van toepassing, zoals de transparantievereisten op productniveau.

 

De Taxonomieverordening

Zoals de naam eigenlijk al aangeeft, introduceert de Taxonomieverordening een uniforme taxonomie voor “ecologisch duurzame” economische activiteiten. Hierdoor komt er een gemeenschappelijk begrippenkader voor investeerders die willen beleggen in economische activiteiten met een positieve impact op het milieu. Dit betekent dat u aan de hand van de verordening kunt vaststellen in hoeverre een belegging – zoals een fonds of een individuele beleggingsportefeuille – is geïnvesteerd in ecologisch duurzame economische activiteiten. Hierover zult u beleggers vervolgens moeten informeren.

Op 1 januari 2022 treedt het eerste deel van de Taxonomieverordening in werking. Vanaf dan mogen economische activiteiten die een bijdrage leveren aan klimaatmitigatie of klimaatadaptatie ‘ecologisch duurzaam’ worden genoemd. Een jaar later zal gebruik van het stempel ook mogelijk zijn voor economische activiteiten die bijdragen aan een andere milieudoelstelling, bijvoorbeeld de circulaire economie.

 

De introductie van CO2-benchmarks

Een wijziging in de Benchmarkverordening heeft eisen in het leven geroepen voor low-carbon benchmarks en positive carbon impact benchmarks (CO2-benchmarks). Benchmarks die aan de eisen voldoen voor low-carbon benchmarks, mogen het label ‘EU Climate Transition Benchmark’ dragen. Benchmarks die kwalificeren als positive carbon impact benchmarks, mogen het label ‘EU Paris-aligned benchmark’ dragen.

Waarom dit ook voor u relevant is? Mogelijk gebruikt u een benchmark om de waarde van een financieel instrument of contract vast te stellen, of om de performance van een beleggingsfonds te meten. Met het gebruik van CO2-benchmarks kunt u de duurzaamheidsprestaties van beleggingen in deze vergelijking meenemen.

De regels zijn sinds 30 april 2020 van toepassing, maar er wordt nog niet gehandhaafd door de toezichthouders. Dit komt doordat de bijbehorende gedelegeerde regelgeving die de nadere eisen specificeert waaraan de benchmarks moeten voldoen, nog niet definitief is (de consultaties hebben gelopen tot 6 mei 2020).

 

De integratie van ESG in gedelegeerde regelgeving bij MiFID II, UCITS, AIFMD en de IDD

Op 8 juni 2020 publiceerde de Europese Commissie maar liefst zes wetsvoorstellen tot wijziging van gedelegeerde regelgeving van verschillende Europese richtlijnen. De voorstellen zijn gebaseerd op technische adviezen die ESMA en EIOPA eerder hadden opgesteld, en brengen wijzigingen aan in de gedelegeerde regelgeving bij de volgende richtlijnen: MiFID II, de IDD, de UCITS-en de AIFMD.

We hebben het ten eerste over wijzigingen in de organisatorische vereisten en het risicomanagement van beleggingsondernemingen, beheerders en verzekeraars. Deze eis past bij de verplichting uit de SFDR om transparant te zijn over de integratie van duurzaamheidsrisico’s door de onderneming,

Daarnaast worden de ESG-voorkeuren van een cliënt een vast onderdeel van de MiFID II- en IDD-geschiktheidstoets. Ondernemingen die vermogensbeheer, beleggingsadvies of verzekeringsadvies verlenen moeten voortaan navraag doen naar de ESG-voorkeuren van hun cliënten. Ook moeten ze hier rekening mee houden bij de dienstverlening en de cliënt informeren over de wijze waarop de voorkeuren zijn meegenomen in de dienstverlening.

Tot slot stelt de Commissie – ten aanzien van MiFID II en de IDD – voor om de product governance regels aan te passen. De ‘ESG-voorkeuren’ van cliënten moeten voortaan worden meegenomen bij het vaststellen van de doelgroep en de distributiestrategie.

De zes wetsvoorstellen moeten nog formeel worden aangenomen, dus de wijzigingen treden naar verwachting niet vóór 2021 in werking. De komende periode zullen wij u via onze nieuwsbrief op de hoogte houden van de vorderingen en zullen wij nog dieper ingaan op de wijzigingen en de implicaties daarvan.

Hier kunt u een overzicht downloaden van alle wijzigingen en de datum waarop ze van toepassing worden.

Werk aan de winkel

Zoals u hierboven hebt kunnen lezen, zit er de nodige ESG-gerelateerde wet- en regelgeving in de pijplijn. In dit artikel zijn slechts een aantal initiatieven beschreven die voortkomen uit het EU Actieplan. Het EU Actieplan kent nog een aantal wetgevingsinitiatieven, zoals de invoering van een EU ecolabel voor financiële producten, het opnemen van duurzaamheid in de prudentiële eisen van een financiële onderneming en wijzigingen in de Richtlijn inzake Niet-financiële rapportage. Ook moet u zich wellicht voorbereiden op recente publicaties van DNB (onder meer over het beheersen van klimaatrisico’s), het Nederlandse Klimaatakkoord, de United Nations Principles for Responsible Investment, het IMVB Pensioenfondsen of de Recommendations van de Taskforce on Climate-Related Financial Dislosure.

Kortom: er is een hoop werk aan de winkel, en het is soms lastig om overzicht te behouden. Bovendien sluiten de verschillende initiatieven niet altijd naadloos op elkaar aan. Definities lopen soms uiteen, de definitieve uitwerking van veel regels ligt nog niet vast en de deadlines en tijdslijnen verschillen per initiatief.

Charco & Dique kan u bijstaan bij de implementatie van (toekomstige) ESG-regelgeving. We maken de normen inzichtelijk en kunnen samen met u in kaart brengen welke implicaties de regels hebben voor uw onderneming. Vervolgens kunnen we u helpen met het vaststellen, prioriteren en uitvoeren van eventuele acties. Neemt u gerust contact met ons op.

Contact

Meer weten?

Lees ook onze eerdere artikelen over de knelpunten bij het implementeren van ESG-wetgeving, de Taxonomieverordening en de Verordening betreffende ESG-informatieverschaffing.

Wilt u meer weten over ESG en de risico’s en kansen die ESG biedt voor financiële instellingen? Volg dan de e-learning ESG Awareness via ons opleidingsinstituut The Ministry of Compliance.