0:00
Artikel

AFM legt de lat hoog bij naleving MiFID II-regels

10 min leestijd

Vorige maand publiceerde AFM de resultaten van haar onderzoek naar de naleving van de MiFID II-verplichtingen op het gebied van kostentransparantie, product governance en provisies bij beleggingsdienstverlening aan professionele beleggers en in aanmerking komende tegenpartijen (ECP’s). De conclusie? Volgens de AFM leefde geen van de onderzochte beleggingsondernemingen de MiFID II-regels perfect na. De kans is dus groot dat veel niet-onderzochte ondernemingen ook niet volledig voldoen.

AFM legt de lat hoog bij naleving MiFID II-regels

Om partijen te helpen bij het doorvoeren van de nodige verbeteringen, heeft de AFM de normen en haar verwachtingen uiteengezet. In deze blog licht Charco & Dique enkele aandachtspunten van de AFM toe. Punten waar we het mee eens zijn, maar ook punten waarvan we vinden dat de AFM de lat wel erg (en ons inziens onnodig) hoog legt.

Tekortkomingen op het gebied van kostentransparantie

De AFM benadrukt allereerst het belang van kostentransparantie. Een duidelijk en volledig inzicht in de kosten van de dienstverlening en de relevante financiële instrumenten zorgt ervoor dat de klant geïnformeerd beslissingen kan nemen. Bovendien maakt heldere kosteninformatie het makkelijker om een vergelijking te maken tussen verschillende beleggingsondernemingen.

In haar rapport benoemt de AFM verschillende gesignaleerde tekortkomingen op het gebied van kostentransparantie. Enkele hiervan zijn het niet rapporteren van de kosten van financiële instrumenten (ook als deze nihil waren), het ontbreken van een illustratie van het cumulatieve effect van de kosten op het rendement, of het uitsluitend rapporteren van kosten in een percentage óf een bedrag – terwijl het eigenlijk verplicht is om zowel in een percentage als een bedrag te rapporteren.

Op basis van de MiFID II-normen is het terecht dat de AFM dit beschouwt als tekortkomingen. Het feit dat het gaat om dienstverlening aan professionele beleggers en ECP’s doet daar niet aan af. Wij denken echter niet dat deze ‘tekortkomingen’ ertoe leiden dat professionele beleggers en ECP’s niet adequaat worden geïnformeerd over de relevante kosten. Vaak ontvangen deze klanten hele uitgebreide kostenoverzichten, alleen niet op basis van het door MiFID II voorgeschreven format. Bij het toezicht op de toepassing en interpretatie van de regels, zou de AFM naar onze mening meer naar de context en specifieke dienstverlening aan deze groep klanten mogen kijken.

Product governance regels minder streng voor professionele beleggers

Distributeurs van financiële instrumenten dienen – in het kader van de op hen rustende product governance verplichtingen – te zorgen voor een juiste doelgroepbepaling en een daarbij passende distributiestrategie.

Ten eerste merkt de AFM op dat beleggingsondernemingen soms in de veronderstelling zijn dat de product governance verplichtingen niet op hen van toepassing zijn, omdat zij niet zouden kwalificeren als ‘distributeur’. Dat klopt volgens de AFM niet. Zij meent dat het distributeursbegrip ruim moet worden opgevat. De term omvat iedere beleggingsonderneming die orders ontvangt en doorgeeft, orders uitvoert, vermogensbeheer verricht of beleggingsadvies verleent.

Daarnaast signaleert de AFM dat beleggingsondernemingen de product governance verplichtingen nog wel eens vereenzelvigen met de passendheids- of geschiktheidstoets. De AFM hecht waarde aan de extra bescherming die de product governance regels bieden tegen mis-selling, en benadrukt daarom dat deze regels op zichzelf staande normen zijn, die naast de passendheids- of geschiktheidstoets bestaan.

Wel plaats de AFM een nuancering. Beleggingsondernemingen mogen het evenredigheidsbeginsel toepassen, waardoor de regels minder diepgaand hoeven te worden toegepast bij professionele beleggers en ECP’s, dan bij niet-professionele beleggers. Op dit punt zijn wij het volledig met de AFM eens. Professionele beleggers, en ECP’s in het bijzonder, zullen in de meeste gevallen al veel kennis in huis hebben om producten te selecteren die voor hen geschikt zijn. Het is dan niet nodig om de product governance regels net zo intensief en minutieus na te leven als bij dienstverlening aan een onervaren, niet-professionele belegger.

Strikte interpretatie provisieregels

In het gedeelte over provisies springt met name de paragraaf over relatiegeschenken eruit. De AFM ziet dat beleggingsondernemingen niet altijd toetsen of relatiegeschenken wel kwalificeren als kleine niet-geldelijke tegemoetkoming (KNGT) dan wel voldoen aan de normen uit art. 168aa(5) van het Bgfo Wft. Dit zou volgens de AFM wel moeten, want relatiegeschenken zijn nou eenmaal provisies. En dus moeten beleggingsondernemingen bij het ontvangen van relatiegeschenken de provisieregels in acht nemen.

Wanneer beleggingsondernemingen dit daadwerkelijk gaan doen, zullen zij het overgrote deel van de relatiegeschenken – hoe klein ook – moeten gaan afslaan.

Hoewel wij begrijpen dat belangenconflicten moeten worden tegengegaan (en dat grote relatiegeschenken daar niet bij passen), zijn wij van mening dat deze strikte interpretatie van de provisieregels toch wat ver gaat. Als we de brief van de AFM tot op de letter volgen, zou een beleggingsonderneming niet eens meer een goedkoop flesje wijn mogen aannemen. Immers, een fles wijn staat niet op de lijst van KNGT’s, en het valt ook moeilijk te betogen dat de fles de kwaliteit van de dienstverlening bevordert. Maar zou die fles wijn nu echt zorgen voor een belangenconflict?

 

Meer weten?

Bij Charco & Dique onderschrijven we de beschermingsgedachte van MiFID II. Het is daarom terecht dat de AFM (1) beleggingsondernemingen wijst op het belang van naleving van de regels, en (2) opheldering geeft over de interpretatie van regels die kennelijk niet geheel duidelijk waren.

Tegelijkertijd vinden we dat de maatregelen die ondernemingen nemen ter naleving van wet- en regelgeving, ook daadwerkelijk iets moeten bijdragen aan de bescherming van beleggers. Voor een aantal van de aandachtspunten die de AFM aankaart is dit het geval, maar op sommige punten vragen wij ons af of de AFM, met deze strikte interpretatie van de MiFID II-regels – en zeker in het licht van de klantgroep professionele beleggers en ECP’s – haar doel niet voorbij schiet.

Bij onze advies- en compliancewerkzaamheden richten we ons op een zo pragmatisch en doelgericht mogelijke invulling van wet- en regelgeving. Benieuwd hoe we u kunnen helpen? Neem gerust contact op.